Moxa is afkomstig uit de oosterse geneeskunst. De toepassing van moxa heeft als doel om de levensenergie (ook wel prana, agni chi of ki genoemd) te stimuleren. Dit gebeurt door acupunten te stimuleren, waardoor de energie weer gaat stromen. Moxa is een kruid, in het Nederlands bijvoetkruid en in het Latijn Artemisia Vulgaris genoemd. Bijvoet kent historisch gezien vele toepassingen. Eén ervan is om vermoeide reizigers weer energie te geven door bladeren in de schoenen te leggen.


Oosterse basis moxibustie

Warmtebehandelingen zoals moxibustie komen uit de oosterse geneeskunst. Het bekendst is de toepassing in de Traditionele Chinese Geneeskunde. Maar ook de Ayurveda maakt gebruik van warmtebehandelingen, ook wel marmatherapie met agni-karma genoemd. Agni staat voor levensenergie. De toepassing is acupunten. Het is een zachtere techniek dan acupunctuur aangezien er niet in de huid wordt geprikt, maar er wordt van gezegd dat de impact vergelijkbaar is. Daarmee vult deze naaldloze methodiek de andere werkvormen van Peona goed aan.

Werkwijze moxamethodiek

  • De moxabehandeling gaat samen met een therapeutische massage (zoals de voetreflexmethodiek), zodat je geaard de warmte van de moxa kan ontvangen en daardoor ontvankelijker bent voor de energie van de moxastaaf.
  • Tijdens de behandeling wordt er een smokeless moxastaafje gebruikt, dat wordt aangestoken en langzaam boven acupunten wordt gehouden.
  • Bij een stuitligging krijg je de moxastaaf mee naar huis om thuis met een partner de moxabehandeling te continueren (tot 2 weken).

* is ondersteunend bij o.a. pijn in nek-schouders-rug; menstruatieklachten; spijsverteringsproblemen; weerstandsproblemen; knieproblemen; vermoeidheid; verminderde eetlust, stuitligging.


Moxa ondersteunend bij stuitligging

Daarnaast is moxa ook een ondersteunende behandeling bij stuitligging. Zo behandelden de eerste acupuncturisten al 3000 jaar geleden voor het eerst zwangere vrouwen met moxa.

Nu blijkt dat de kans op het spontaan draaien van een baby in een stuitligging met een moxabehandeling aanzienlijk toeneemt bij behandeling van de moeder tussen de 33e en 36e week van de zwangerschap.

In 1998 verscheen er bijvoorbeeld een onderzoek in JAMA (Journal of America Medical Association) over moxatherapie bij zwangere vrouwen dat ook in het westen belangstelling trok. Er werd namelijk een toename van foetale beweeglijkheid en draaiing van foetussen gemeten. De gemeten kans dat een baby spontaan draait nam toe van 50% zonder moxatherapie naar 75% bij moxatherapie tussen de 33e en 36e week. Verschillende kleinere onderzoeken volgden die deze trend bevestigden. In 2010 volgde een promotieonderzoek van Ineke van den Berg aan de Erasmus Universiteit naar onder meer de toepassing van de moxamethodiek bij stuitligging. Op basis van 6 studies (uit Japan, Hongarije, Italie en China) concludeerde ze dat na gebruik van moxatherapie in de 34e zwangerschapsweek 66% van de baby’s in hoofdligging komt te liggen tegen 34% die spontaan draaien zonder therapie.


Bij therapie volgens de vijf natuurgerichte principes wordt altijd een combinatie van methodieken gebruikt. De toepassing ervan is afhankelijk van wat er bij jou speelt en welke werkvormen hierbij het beste aansluiten. Over het algemeen zijn 5 à 8 consulten met een frequentie van één à twee keer per week toereikend voor een balancerend effect.